Het is zaterdag en aangezien we veel van Barcelona willen zien, hebben we onze wekker gezet. Vandaag op het programma:

  • Palau Guell
  • Casa Batllo
  • Casa Mila
  • La Sagrada Familia
  • Parc Montjuic
  • Een behoorlijk lijstje dus. Maar het is onze eerste keer in Barcelona en behalve dit willen we nóg meer zien, en hebben in totaal maar 2 dagen in deze mooie stad. Eerst naar de Rambla om te ontbijten, vanaf daar is het een klein stukje naar Palau Guell. Slenterend over la Rambla komen we een (overdekte) markt tegen met veel vis, fruit en waanzinnig veel snoep.


    Aangekomen bij Palau Guell wacht ons een verrassing: ‘Wegens de laatste verbouwfase is het palijs Guell tijdelijk gesloten.. kom alsjeblieft terug na April 2011′. We kunnen alleen dus de buitenkant bekijken… en daar is niet heel veel mee aan de hand. Erg jammer, want Palau Guell was de eerste opdracht die Gaudi als jonge architect heeft mogen uitvoeren.

    Dan maar met de metro richting Casa Batllo, misschien wel het meest bekende huis dat door Gaudi is ontworpen. Zoals bij eigenlijk alles laat Gaudi zich inspireren door de natuur. En in dit huis is dat extreem ver doorgevoerd: ruiten die bobbelend zijn, zodat er een water-effect optreedt als je er doorheen kijkt; waanzinnig goed gebruik gemaakt van natuurlijk licht; simpele roosters die de warmte in de verschillende kamers regelen… en zo kan ik nog wel even doorgaan. Het huis is geinpireerd op het verhaal van Joris en de draak. Dit uit zich onder andere in trapleuningen die je doen denken aan een skelet en ook het dak heeft een duidelijke verwijzing naar een draken-huid.

    Zwaar onder de indruk van de kunsten van Gaudi verlaten we het huis om op weg te gaan naar Casa Mila, in de volksmond ook wel la Padrera (de steengroeve) genoemd. Dit 6-verdiepingen hoge gebouw met appartementen wordt bewoond, en heeft op de zolderverdieping een uitgebreide tentoonstelling van hoe Gaudi leefde, hoe hij zijn opdrachten benaderd en waar hij inspiratie opdeed. Hierna heb je de keuze om op het dak rond te lopen (een attractie op zich), of te zien hoe de mensen in die tijd leefden, door een voorbeeld-appartement op de 4-de verdieping te bekijken.

    Ook hier laat Gaudi een diepe indruk achter: vrijwel alles is doordacht en geoptimaliseerd. Veel tijd en moeite is gestoken in het mooi maken, naast functioneel zijn. En ik krijg steeds meer het gevoel dat het jammer is dat wij tegenwoordig niet meer op deze manier bouwen. Rekening houden met de natuur / het milieu komt wel weer een beetje terug in het bouwen van tegenwoordig, maar puur uit financiële redenen. Maar het versieren met ornamenten, het creëeren van alleen al een simpele trapleuning die compleet je handpalm volgt… het lijken technieken te zijn die in deze tijd niet meer worden toegepast.

    Volgende doel: la Sagrada Familia, ook wel de kerk van de toeristen genoemd. Dat zal voornamelijk komen doordat het nog steeds een bouwplaats is, nadat Gaudi er tot zijn dood al aan heeft gewerkt en maar 1 van de 4 façade heeft af kunnen krijgen. Nog steeds zijn ze bezig de kerk af te maken (nu met beton, goedkoper en sneller dan het natuursteen die Gaudi gebruikte) en gebruiken hiervoor alleen het geld dat binnenkomt van toerisme (er wordt geen subsidie verleend door gemeente Barcelona bijvoorbeeld).

    En dat is te merken: voor €24.00 mag je het kerkterrein op, voor nog €2.50 extra mag je met de lift naar boven. Maar de rij binnen voor de lift is al 90 minuten, dus wij besluiten om gezond te doen en de trap te nemen. Er staat immers in elk boekje vermeld dat dat kan. Echter.. binnen zijn alle trappen afgesloten wegens de verbouwing, dus zijn wij ‘gedoemd’ om beneden te blijven.

    De kerk is mooi en groot, heel groot. Maar binnen zijn ze nog lang niet klaar (overal machines en bouwmateriaal). De buitenkant van de kerk is erg gedetailleerd. Aan elke kant (façade) wordt een ander deel van het leven van Jezus uitgebeeld. Maar eerlijk gezegd zijn wij beiden een beetje moe. Gaudi-moe wel te verstaan. Dus we laten de kerk voor wat het is en gaan door naar ons volgende bestemming: Montjuic.

    Dit is een berg(je) aan de zuid-kant van de stad. De Olympische spelen van 1936 zouden hier gehouden zijn, ware het niet dat Spanje toen net een burgeroolog te verwerken had. De Spelen zijn toen uitgeweken naar Berlijn (en we weten wat dat tot gevolg heeft gehad). Uiteindelijk zijn de Olympische Spelen van 1992 wel hier gehouden, waardoor het Olympisch Stadion indertijd niet voor niets was gebouwd.

    Naast het Olympisch Stadion heeft deze berg ook een oud fort dat Barcelona moest verdedigen tegen dreiging vanaf zee. Het kasteel zelf mochten we niet in, maar het kasteelterrein is al mooi genoeg.

    Voor de Barcelonezen is deze berg eigenlijk een groot sport- en recreatie gebied. Toen wij even op een bankje in de schaduw gingen zitten, werd dit nog eens bevestigd door een gozer die een paar bankjes verderop op zijn gitaar ging spelen…. heerlijk, vakantiegevoel compleet!

    En dan is het alweer tijd voor het avond-eten. Tijdens onze wandeling over la Rambla kwamen we over een plein dat erg gezellig eruit zag: veel eettentjes met terrassen, omgeven door mooie gebouwen en een fontein in het midden van het plein. Daar willen we vanavond gaan eten.

    We kiezen een leuk terras uit (bij een tent staat een lange rij te wachten… hoewel we benieuwd zijn waarom, gaan we juist niet hier in de rij staan) en blijken naast een groepje Nederlandse jongeren te zijn gaan zitten. So much for vacation ;-) Voldaan bezoeken we nog een plek die in de boekjes staat genoemd, en waar je met een Weerelts uiteraard naartoe moet: die ene speciale ijstent met aparte smaken.